Van nestkast tot weiland: broedzorg en nazorg
Broedzorg 2025: groei in nesten én soorten
2025 was een prachtig jaar voor de broedzorg binnen Vogelwacht Heerenveen-Oranjewoud. Waar in 2024 nog minder nestkasten bezet waren, zagen we dit seizoen juist een duidelijke opleving: meer vogels vonden onze nestkasten en andere nestvoorzieningen, zoals eendenkorven en zwaluwkommen.
In totaal telden we in 2025 1.534 nestgelegenheden, waarin 1.136 nesten werden geregistreerd. Ook het aantal soorten blijft groeien: we noteerden maar liefst 26 verschillende broedsoorten in onze voorzieningen. Dat is een forse stap vooruit ten opzichte van vorig jaar.
Waarom ging het zo goed?
Het broedseizoen verliep gunstig: er waren geen langdurige perioden met zware regen en het voedselaanbod (onder andere insecten) leek op het juiste moment beschikbaar. Daarnaast hebben we vlak vóór het broedseizoen bijna 200 extra nestgelegenheden geplaatst, een welkome oplossing voor vogels met woningnood.
Bijzondere ontwikkelingen
Spreeuwen laten een mooie groei zien; daarom plaatsen we steeds meer kasten voor deze soort.
We boden opnieuw nestgelegenheid aan voor allerlei soorten, van mezen en bonte vliegenvangers tot uilen, zwaluwen en eenden. Voor het eerst waren er naar alle waarschijnlijkheid zelfs drie bezette bosuilenkasten (al konden we dit door late controle niet met zekerheid bevestigen). Bij de zwaluwen zagen we mooie aantallen, waaronder broedgevallen bij de oeverzwaluwwand, waar ook een paartje ijsvogels succesvol jongen grootbracht.
Dank aan broedzorgers
Achter deze resultaten zit een grote groep vrijwilligers die nestkasten ophangt, controleert, schoonmaakt en gegevens zorgvuldig registreert. Dank aan alle broedzorgers voor jullie inzet, op naar een mooi broedseizoen in 2026!
Nazorg 2025: voorzichtig herstel en volop inzet in het veld
In 2025 gebeurde er veel op het gebied van het weidevogelbeheer. In ons wachtgebied volgen en beschermen we vijf weidevogelsoorten: grutto, kievit, scholekster, tureluur en wulp. Dankzij de inzet van nazorgers en boeren konden we ook dit jaar weer veel nesten opsporen, beschermen en registreren.
In totaal werden er 217 nesten gevonden (bijna gelijk aan 2024). Het meest opvallend was het hoge uitkomstpercentage: 59%, het beste resultaat van de afgelopen vijf jaar. Ook de predatie lag lager dan in het rampjaar 2024, een ontwikkeling waar we voorzichtig blij mee mogen zijn.
Weidevogels in beeld
Grutto: blijft kwetsbaar en laat over meerdere jaren een zorgelijke daling zien.
Kievit: een beter jaar dan 2024, met meer nesten én meer jonge vogels in het veld.
Scholekster: het aantal nesten nam af; de soort wijkt steeds vaker uit naar daken en stedelijke plekken.
Tureluur: moeilijk te monitoren; nesten zijn lastig te vinden, zelfs met drone, waardoor aantallen waarschijnlijk onderschat worden.
Wulp: een absoluut hoogtepunt: 9 nesten in ons gebied. De Ontginningen blijft een uniek kerngebied voor deze soort.
Ontwikkelingen in de nazorg
Drone-inzet: onmisbaar geworden bij het zoeken en monitoren. Dankzij samenwerking met Vogelwacht Wolvega en Joure konden we vaker en gerichter werken.
Nestplateaus scholekster: we plaatsten nestplateaus (o.a. op palen met omgekeerde verkeersborden). Dit leverde nog geen broedsucces op, maar wordt vervolgd.
Registraties: het registreren via telefoon en BFVW-app gaat steeds beter. Het aantal nesten met status ‘Onbekend’ liep flink terug, mede door foto’s bij registraties.
Vooruitblik
Het succes van een seizoen blijft afhankelijk van weer en predatie. Met experimenten zoals Tupoleum®, mogelijk extra nestbeschermers en de inzet van onze jager hopen we predatie beter te beheersen. Met een gemotiveerde groep nazorgers en betrokken boeren hebben we er vertrouwen in dat we ook van 2026 weer een sterk weidevogeljaar kunnen maken.
Met bijdragen van broedzorgcoördinator Jens Tamminga en nazorgcoördinator Fedde Hornstra.
Foto: Annemarie Loof